Boeken CD's Voorstellingen
Roman
De hartslag van de aarde
oktober 2008

Een oude man die al achtendertig jaar in een verpleeghuis woont en al die tijd zijn geheugen kwijt was, blijkt zich ineens dingen uit het verleden te herinneren. Hij schrijft ze op, 'want anders zou het zijn of ik nooit bestaan had'. Alleen een   meisje van vijftien dat in het huis de koffie rondbrengt mag ze lezen.
Het meisje dat alleen tegen haar ouders en zusje spreekt en geen woord tegen vreemden begint een zoektocht naar zijn verleden en probeert uit te vinden wat er achtendertig jaar geleden is gebeurd. Daarbij stuit ze op een oud boek van een

wereldberoemd geoloog, De hartslag van de aarde , dat over de opwarming en afkoeling van de aarde gaat. Wie is de schrijver van dat meesterwerk? En hoe kan zij zorgen dat de oude man voor het te laat is zijn leven terugkrijgt?

De hartslag van de aarde is de tweede roman van Arthur Umbgrove, die voor zijn debuutroman Midden op de weg, zo hard mogelijk werd genomineerd voor de prestigieuze Anton Wachterprijs 2006, de Selexyz Debuutprijs 2007 én bekroond met de LiBra Debutantenprijs 2006.

'Meeslepend en indrukwekkend. De wijze waarop Umbgrove feiten met fictie verweeft is intrigrerend'
(Nu.nl)

'Branievol en jongensachtig...een pracht van een dramatische situatie...een markante roman...zijn verhaal is een ultieme biecht, zijn testament aan de wereld' (De Morgen)

'De clou komt aan als een hamerslag. Alle punten gaan naar Umbgrove'
(Parool)

'Mooie roman, die benieuwd maakt naar de volgende.'
(De Telegraaf)

'Kristalhelder geschreven inkorte, vaak schitterende zinnen'
GEO

'Een meeslepend verhaal over een man die de balans opmaakt van zijn leven' (GPD)

'Arthur Umbgrove schrijft met De hartslag van de aarde een prachtig tweede boek' (HD)

Roman
Midden op de weg, zo hard mogelijk
2006
Winnaar LIBRA debutantenprijs
Nominatie Selexyz debuutsprijs
Nominatie Anton Wachter prijs
Vijfde druk

Arthur, de hoofdpersoon van Midden op de weg, zo hard mogelijk , erft de Brabantse boerderij van zijn grootvader. Op zolder vindt hij een doos met brieven uit de oorlogstijd van zijn grootvader gericht aan zijn grootmoeder. In die brieven vertelt hij over zijn werk als spion voor de geallieerden. Wilde zijn grootvader dat hij deze verzameling brieven zou vinden? En hoe kon het dat zijn grootvader in de oorlog zo openlijk aan zijn vrouw over zijn spionagewerk schreef? Hoe authentiek zíjn die brieven precies?

Arthur, even oud als zijn grootvader ten tijde van de oorlog, besluit zijn sporen te volgen en reist naar Duitsland en   Zwitserland, in een poging de waarheid over het verleden te achterhalen.

Tijdens deze zoektocht ontdekt hij allerlei zaken die van grote invloed zijn op zijn eigen leven en komt hij er achter dat hij meer op zijn grootvader lijkt dat hij dacht.

Hij neemt een belangrijk besluit.

Midden op de weg, zo hard mogelijk , het literaire debuut van Arthur Umbgrove, is een spannende, bij tijd en wijle hilarische roman, deels gebaseerd op authentieke gebeurtenissen en documenten en deels pregnante fictie.

Eerste druk: maart 2006
Tweede druk: mei 2006
Derde druk: juni 2006
Vierde druk: augustus 2006
Vijfde druk: oktober 2007
Uitgeverij Contact.



'Umbgrove heeft een bijzonder aangrijpend verhaal geschreven over zijn zoektocht naar een figuur waarop hij zijn persoonlijke ideaalbeeld projecteert' (De Morgen)
.
'Wonderschoon, wonderlijk mooi verhaal.
Een ongelooflijk indrukwekkend boek. ' (Paul de Leeuw)
.
'Mooi, ontspannen en geestig' (Parool)
.
'De zoektocht naar opa's verleden door Duitsland en Zwitserland geeft deze roman een grootse allure. Applaus!' (Financieel Dagblad)
.
'Meeslepend eerbetoon aan een spionerende grootvader.
Een bijzonder boek over een bijzonder mens' (Elsevier)

'Een even wonderlijk als realistisch als hilarisch als ontroerend verhaal, een boek met maatschappelijke urgentie' (Juryrapport LIBRA)

De Morgen, 21 juni 2006

Een soort Oskar Schindler

'Misschien schrijf ik dit boek wel om iets mee te pikken van zijn heldendom', stelt de Nederlander Arthur Umbgrove in Midden op de weg, zo hard mogelijk . Umbgrove reconstrueert daarin het leven van zijn alom bewonderde grootvader Willem De Graaff, die zich als topspion tot in de hoogste nazikringen manoeuvreerde.

Door Jeroen Versteele

In Vlaanderen laat zijn naam vooralsnog geen belletje rinkelen, maar bij onze Noorderburen staat Arthur Umbgrove bekend als cabaretier en popmuzikant. Al jarenlang schuimt hij in Nederland jeugdhuizen, cafes, theatertjes en nachtclubs af, zowel met comedyprogramma's als met Nederlandstalige muziek. En schrijven kan hij ook, zo blijkt uit zijn debuut Midden op de weg, zo hard mogelijk .

Umbgrove liet zich daarvoor inspireren door familieverhalen, een ongepubliceerd gebleven biografie van Willem De Graaff en stapels documenten die hij vond op zolder. Hij schetst een portret van zijn grootvader tijdens de oorlogsjaren. Die is niet van de minste: in snel tempo heeft de jonge, talentvolle De Graaff carriere gemaakt bij Philips als octrooispecialist en inlichtingenagent, wanneer de Duitsers Nederland komen bezetten. Van dan af zet hij zijn sociale vaardigheden, zijn talenknobbel en intelligentie handig in om als Philipsafgevaardigde te infiltreren tot in de hoogste nazigeledingen. De Graaff beleeft de Tweede Wereldoorlog zo vanuit de chique salons en de burelen van de Gestapo. Hij raakt bevriend met naziofficieren, verkrijgt uitreisvisa en vrijgeleiden, en smokkelt cruciale militaire informatie tot bij de geallieerden.

Umbgrove maakt er geen geheim van dat hij, of althans de gelijknamige ik-verteller in het boek, de elegantie bewondert waarmee zijn grootvader schijnbaar zonder veel moeite en met een overdosis lef het vertrouwen won van de Duitse bezetters. Meer nog, Umbgrove-de-verteller is bijna jaloers op de prestaties van zijn grootvader, zekere omdat hijzelf kampt met een licht minderwaarigheidscomplex: "Terwijl hij vier jaar lang bezig was met de vraag 'hoe overleef ik de Gestapo?', houd ik me bezig met de vraag of we vandaag kip of runderworstjes zullen eten." Umbgrove wil even heldhaftig zijn als zijn grootvader, zeker nu het post-Van Goghtijdperk gelijkenissen begint te vertonen met de onbehaaglijke jaren twintig waarin De Graaff opgroeide. Maar de paranoide pseudo-doortastenheid waarmee hij zichzelf en zijn gezin tracht te beschermen voor de aanslagen die hij meent te moeten vrezen, leidt enkel tot vernedering en schaamte. En af en toe tot een gevaarlijke denkpiste: "De leiding van dit land bestaat uit knoeiers: er is niemand met charisma, niemand die het heft in handen neemt, nieman die uberhaupt gevoelig is voor de signalen die we krijgen."

De tegenstelling die Umbgrove uittekent tussen zichzelf en zijn grootvader, die als een soort Oskar Schindler nog steeds een mythische status bekleedt in het dorp waar hij stierf, is soms een beetje al te dik aangezet. Maar het contrast werkt wel: tegenover de huidige tijd van angst en besluiteloosheid, staat een sprookje waarin   de held dankzij zijn talent en moed de veelkoppige, gemakkelijk te definieren vijand gracieus weet in te pakken.

Midden op de weg, zo hard mogelijk   is nog interessanter omdat dat sprookjesbeeld op verschillende   manieren wordt ondergraven. Zo sluipt er plots onzekerheid in het vehaal over de authenticiteit van de namen die De Graaff vermeldt in zijn vele afgdrukte brieven. Umbgroves grootvader zou bijgevolg evengoed een fantasierijke oplichter kunnen zijn. Bovendien leren we in het nawoord dat deze bewuste correspondentie sowieso pure fictie is, verzonnen door Umbgrove en gebaseerd op een zakelijk verslag over de gebeurtenissen dat De Graaff heeft geschreven over zijn belevenissen.

Wat de verhouding ook is tussen fictie en realiteit, feit is dat Arthur Umbgrove een bijzonder aangrijpend verhaal heeft geschreven over zijn zoektocht naar een figuur waarop hij zijn persoonlijke ideaalbeeld projecteert. Daardoor dwingt hij zichzelf zijn eigen zwakte, zijn eigen kleinmenselijkheid onder ogen te zien. Het boek is niet alleen een spionagethriller, briefroman en dubbel tijdsdocument, maar ook een getuigenis van hoe een identiteit op te bouwen in de schaduw van een niet te evenaren idool. En over hoe zelfs die perfectie, zo blijkt in de ontroerende apotheose, allesbehalve behoed blijft voor teloorgang en vergankelijkheid.

 

 

 

 

+