Bart, Tom en ik
met onze duim omhoog
vrijdag na school
Bij de stoplichten van de N-5
wachtend op een auto
die ons meeneemt naar Parijs
Bart draagt een legerbroek
Tom een ketting om zijn nek
en ik in het midden
Ach, dit dorp is veel te grijs
Geen plek voor jongens zoals wij
nee wij zijn op weg naar Parijs, Parijs
Vaarwel lege straten
Vaarwel verveling vaarwel
Niemand houdt ons tegen, niemand
Je steekt gewoon je hand uit
en je bent weg
Lantaarns aan, de zon gaat uit
misschien wordt het te laat
Maar Bart vindt dat gelul
en Tom mij een sukkel
man, er stopt zo wel iemand
die ons meeneemt naar Brussel
Een onweersbui, mijn schooltas nat
de koplampen als zoeklichten
in ons gezicht
Nee, het valt niet mee
Misschien lukt Brussel niet vandaag
maar Antwerpen is ook OK
Vaarwel lege straten
Vaarwel verveling vaarwel
Niemand houdt ons tegen, niemand
Je steekt gewoon je hand uit
en je bent weg
Bart, Tom en ik
met onze duim omhoog
En onze ogen knipperen
als de stoplichten van de N-5
Dan eindelijk een auto die stopt
het portier zwaait open:
de vader van Bart
'Kom jongens, stap maar in
want je komt nooit meer weg'
'Nou ja, er is toch geen zak te doen
In Breda, Breda, Breda
Maar morgen, morgen, morgen
gaan we naar Parijs'