De acteur
t Arthur Umbgrove
andere teksten
Leuk dat je dat vraagt. Kijk, het is natuurlijk een heel gek vak.
Het is een raar vak, maar ook een leuk vak.
Ik speel in dit toneelstuk dus de rol van een bakker en die man,
die staat op een scharnierpunt in z'n leven. Die staat daar en die denkt:
Ik kan naar links, ik kan naar rechts, ik heb geen idee.
En je moet je voorstellen, ik heb dus om me voor te bereiden op die rol
vijf maanden met een bakker meegelopen.
En ik ben me totaal gaan vereenzelvigen met die man.
Die man woog negentig kilo, ik ben dertig kilo aangekomen.
En ik ging op een moment ook zover dat ik zei:
'Ik wil nu weten wat het is om een tompouce te zijn,' en dat ik zei:
'Spuit me maar helemaal vol met slagroom en lik het er maar weer vanaf.'
Snap je. Nou, en daarna zitten we twee maanden in de repetitieruimte
en ik sta met mijn bakkerijtje op links en Anja die komt ineens van rechts op,
in plaats van links. En ik begin me toch te janken.
Al m'n vliezen braken, ik kon er geen contouren omheen zetten, ik was totaal op,
sluss, auf, weg, nichts mehr.
En Edwin, de regisseur, komt naar me toe en die zegt: 'Willem, wat is er aan de hand?'
En ik zeg: 'Ik kan het niet, ik kan het niet!' Maar ja, je MOEST, je MOEST.
En alle collegae naar me toe en zeggen: 'God, Willem, je hebt zoveel talent, als er
iemand is in Nederland die deze rol kan spelen, ben jij het wel.' En daar kan ik helemaal
niets mee, want ik ben een ontzettend bescheiden mens.
Kijk, dat is het rare van dit vak. Je kan niet iets spelen, je kan alleen maar zijn.
Ik ben wie ik ben, ik doe wat ik doe en vraag niet waarom.
Kijk, ik zit nu op een stoel. Ik zit gewoon.
Maar ik kan ook spelen dat ik op een stoel zit, krijg je dit... Totaal anders.
Nou, we zijn weer drie maanden verder en ik alleen maar janken.
Ik heb telefoonboeken kapotgescheurd, serviezen stukgegooid, maar het ging niet.
En na vijf maanden zegt Ed ineens: 'Weet je wat het is, jij moet die rol spelen in een
zijden onderbroek.' En hij zegt tegen Patty - Patty doet de kleding:
'Patty, ga nu twintig zijden onderbroeken halen,' en Patty komt terug,
ik doe die onderbroek aan en... ik was er. Een enorme aanwezigheid.
En ik weet niet wat het is, het is een heel gek vak.
Wat zeg je? Dat klopt, ik heb in dit stuk inderdaad twee regels tekst.
Maar dat is ook het waanzinnige, er zijn geen hoofd- en bijrollen meer.
Je hebt geen kleine rollen, je hebt kleine acteurs.
Ik wil ze wel even doen, die twee regels? Misschien wel leuk.
Doe ik het even zonder intentie, gewoon secco secco.
Moet je voorstellen: zaal is donker, doek gaat op, ik sta met mijn bakkerijtje op links.
Anja komt op en dan komt mijn eerste zin:
'Goedemorgen, wat kan ik voor u doen?' Fascinerend, hè?
Komt mijn tweede zin en dat is een soort exposé, apotheose en catharsis ineen:
'Gesneden of ongesneden?' Ongelofelijk hè, soort 'to be or not to be'.
En dan ga ik af en ben ik gedurende het hele stuk geweldig dominant afwezig.
En dan kom ik na het vijfde bedrijf weer op en dan zit die hele zaal zo van:
God, hij is er nog! Heerlijk.
Is wel leuk om te vertellen misschien: ik ga nu ook in een nieuwe Nederlandse soap spelen,
die komt de komende drie jaar elke dag op het scherm.
Ik heb een hele leuke rol: ik word in de eerste aflevering doodgeschoten.
En om me voor te bereiden op die rol slaap ik al weken in een kist.
En ik vind het heerlijk.